Les maisons communales bruxelloises

Maison communale d’Ixelles | Gemeentehuis van Elsene

Le Pavillon Malibran est depuis plus de 150 ans l’un des bâtiments emblématiques de la commune d’Ixelles. Maison de campagne cossue à l’origine, il est devenu aujourd’hui le cœur d’un vaste ensemble de bâtiments d’où sont gérées la majorité des affaires communales.

Het Malibranpaviljoen is al meer dan 150 jaar een van de meest symbolische gebouwen van de gemeente Elsene. Oorspronkelijk deed het dienst als buitenhuis, maar vandaag de dag vormt het het hart van een verzameling gebouwen waarin het merendeel van de gemeentezaken wordt geregeld.

Au XVIIIe siècle, le site situé à la croisée de la chaussée d’Ixelles et de l’antique rue de la Croix (Kruisstraat) est occupé par une auberge appelée « Le Tulipant ». Le terrain, de forme triangulaire, est acheté en 1833 par le célèbre violoniste Charles de Bériot. Celui-ci vient en effet d’entamer une idylle avec la non moins célèbre cantatrice Maria Felicia Garcia dite « Maria Malibran », du nom de son premier époux. Le couple d’artistes entend s’installer à proximité de la ville de Bruxelles, et les hauteurs d’Ixelles correspondent parfaitement au cadre calme qu’ils recherchent. Ils confieront l’édification de leur vaste demeure de style néoclassique à l’architecte Charles Vanderstraeten, connu pour avoir dessiné des ouvrages tels que le Palais des Académies, le Palais de la Nation (rénovation) ou encore la butte du lion de Waterloo. Le couple ne profitera cependant que peu de temps du plaisir des lieux ; Maria Malibran décède en effet des suites d’une chute à cheval en septembre 1836.

In de 18e eeuw lag de herberg ‘Le Tulipant’ op de site die gelegen is op het kruispunt van de Elsensesteenweg en de oude Kruisstraat. In 1833 werd het driehoekige terrein gekocht door de bekende violist Charles de Bériot. Hij begon een romance met de al even bekende zangeres Maria Felicia Garcia, oftewel ‘Maria Malibran’, naar de naam van haar eerste echtgenoot. Het artiestenkoppel wou zich graag vestigen in de buurt van de stad Brussel. Het rustige Elsene was dan ook precies wat ze zochten. Ze vertrouwden de bouw van hun ruime neoclassicistische woning toe aan Charles Vanderstraeten, de architect van bouwwerken zoals het Paleis der Academiën, het Paleis der Natie (renovatie) en de heuvel van de Leeuw van Waterloo. Het koppel kon echter maar voor korte tijd van hun woning genieten; Maria Malibran overleed in september 1836 namelijk aan de gevolgen van een val tijdens het paardrijden.

N’habitant plus son château depuis plusieurs années, et voyant le quartier très rapidement s’urbaniser, Charles de Bériot envisage de vendre sa propriété dès le début de l’année 1849. La commune d’Ixelles, très intéressée par le prestigieux bâtiment, n’est cependant pas prête à dépenser la somme escomptée par le violoniste ; ce dernier opte alors pour une vente de sa propriété en lots. Le bourgmestre d’Ixelles, Charles Vanderstraeten – qui n’est autre que le fils de l’architecte qui a dessiné le château d’Ixelles – convainc le Conseil communal d’accepter l’achat de l’ensemble de la propriété pour la somme de 82.500 francs, une fortune pour l’époque. Mais l’idée de Vanderstraeten n’est pas liée qu’au prestige ; les jardins du pavillon doivent en effet pouvoir servir à l’ouverture d’une place communale, nécessaire pour la tenue de festivités et, surtout, d’un marché matinal. Le déblaiement du terrain de l’actuelle place Fernand Cocq débute d’ailleurs dès la fin de l’année 1849.

Omdat Charles de Bériot er zelf al jaren niet meer verbleef en ook door de snel groeiende verstedelijking van de wijk, besloot hij begin 1849 om zijn eigendom te verkopen. De gemeente Elsene was erg geïnteresseerd in het prestigieuze gebouw, maar was niet bereid om het bedrag te betalen dat de violist ervoor vroeg; die laatste besloot dan maar om het goed perceelsgewijs te verkopen. De burgemeester van Elsene, Charles Vanderstraeten – de zoon van de architect die het gebouw ontwierp – wist de gemeenteraad toch te overtuigen om in te gaan op vraagprijs van 82.500 frank voor het complex, wat indertijd een enorm bedrag was. Voor Vanderstraeten draaide het echter alleen maar om prestige; de tuinen van het paviljoen moesten namelijk worden gebruikt voor de opening van een gemeenteplein dat nodig was om feestelijkheden te kunnen organiseren en in de eerste plaats ook voor de ochtendmarkt. De graafwerken op het terrein van het huidige Fernand Cocqplein begonnen aan het einde van 1849.

Dans les années qui suivent l’installation de l’administration communale dans le bâtiment, celui-ci subit quelques modifications afin de renforcer son rôle de bâtiment public, notamment l’adjonction d’un pignon à horloge, la suppression du petit jardin d’hiver situé sur la terrasse de la rotonde, ainsi que la transformation de l’ancienne salle de réception en salle du Conseil communal et des Mariages. Une statue du roi Léopold Ier est également érigée dans les jardins, juste devant la rotonde ; la silhouette de celle-ci peut être aperçue sur la plus ancienne photographie connue du Pavillon Malibran, datant de 1853.

In de daaropvolgende jaren werd de administratieve vleugel in het gebouw toegevoegd. Die onderging nog een aantal wijzigingen vooraleer het echt als openbaar gebouw dienst zou doen: er werd een puntgevel met klok toegevoegd, de kleine wintertuin op het terras van het rond gebouw verdween en de oude receptiezaal werd omgebouwd tot een zaal voor de gemeenteraad en voor huwelijken. Er werd ook een standbeeld van koning Leopold I opgericht, vlak voor het rond gebouw; dat standbeeld is te zien op de oudste bestaande foto van het Malibranpaviljoen die dateert van 1853.

[Affiche annonçant la vente en lots de la propriété de Bériot, 1849, Fonds des travaux publics, N107.1, Archives de la commune d’Ixelles | Affiche van de perceelsgewijze verkoop van de eigendom van de Bériot, 1849, Archief van de openbare werken, N107.1, Gemeentearchief van Elsene]

 

[Plan de géomètre de la propriété de Bériot, dressé dans le cadre de la vente de celle-ci, 1849, Fonds des travaux publics, N107.1, Archives de la commune d’Ixelles | Landmeterplan van de eigendom van de Bériot dat werd getekend in het kader van de verkoop ervan, 1849, Archief van de openbare werken, N107.1, Gemeentearchief van Elsene]

Dès les années 1890, le besoin d’espace se fait sentir par l’administration. La population de la commune a en effet presque triplé en une quarantaine d’années. Une première action simple et rapide, à savoir le déplacement des baies vitrées vers la colonnade extérieur de la rotonde, permet, dès 1900, d’agrandir quelque peu la salle du Conseil. Plusieurs pistes sont ensuite évoquées pour une solution sur le long terme, dont le déplacement du siège de l’administration vers la place Sainte-Croix, ce qui aurait permis d’offrir une autre affectation au Pavillon Malibran. À ce sujet, la lutte sera féroce entre les habitants du haut et du bas d’Ixelles ; l’établissement du siège de l’administration à un endroit ou un autre a une valeur hautement symbolique, mais également économique puisque celui-ci constitue en quelque sorte le centre névralgique de la commune. La question ne sera finalement tranchée qu’au début du XXe siècle : les bâtiments existants seront rénovés et agrandis, de façon à relier le Pavillon de Bériot aux bâtiments situés de l’autre côté de l’allée communale. Ce choix est celui de la raison puisqu’il est de loin le moins coûteux, mais qu’il permet également à la commune de disposer, en temps et en heure, d’une salle capable d’accueillir d’éventuelles cérémonies officielles en marge de l’Exposition universelle qui se tiendra sur le plateau du Solbosch à l’été 1910. Les travaux sont terminés en un peu plus d’une année (fin 1908 – début 1910), et permettent l’agrandissement de la salle du Conseil, ainsi que l’édification de la salle des pas perdus et l’ornementation de la façade principale en style néo-renaissance italienne.

Vanaf de jaren 1890 had de administratie steeds meer ruimte nodig. De bevolking van de gemeente was namelijk op veertig jaar tijd bijna verdrievoudigd. Door een eerste snelle en eenvoudige interventie, namelijk de verplaatsing van de grote ramen naar de buitenste zuilenrij van het rond gebouw, kon de raadzaal vanaf 1900 een beetje worden uitgebreid. Vervolgens werden er verschillende pistes bestudeerd voor een oplossing op lange termijn, zoals de verplaatsing van de administratieve vleugel naar het Heilig-Kruisplein, waardoor het Malibranpaviljoen een andere functie zou krijgen. Daaromtrent zal er een hevige strijd losbarsten tussen de inwoners van hoog- en laag-Elsene; de plaats waar de administratieve vleugel zou worden gevestigd, heeft een erg symbolische waarde, maar ook een economische waarde aangezien het in feite gaat om het knooppunt van de gemeente. Voor die kwestie zal de knoop uiteindelijk pas aan het begin van de 20e eeuw worden doorgehakt: de bestaande gebouwen werden gerenoveerd en uitgebreid, zodat het Paviljoen van de Bériot werd verbonden met de gebouwen aan de andere kant van de allée communale. Het betreft dan ook een rationele keuze, want deze keuze was zeker niet de goedkoopste, maar nu beschikte de gemeente wel tijdig over een zaal waarin eventueel officiële ceremonies konden plaatsvinden in het kader van de Wereldtentoonstelling die in de zomer van 1910 op de Solbosch werd gehouden. De werkzaamheden werden voltooid in iets meer dan een jaar tijd (eind 1908 – begin 1910). De raadzaal werd uitgebreid, er werd een stationshal gebouwd en de belangrijkste gevel werd in neo-Italiaanse renaissancestijl geornamenteerd.

[Comparatif des plans du rez-de-chaussée du Pavillon Malibran en 1890 et 1909, 1890-1909, Fonds de l’architecture, Archives de la commune d’Ixelles| Vergelijking van de plannen van het gelijkvloers van het Malibranpaviljoen in 1890 en 1909, 1890-1909, Archief van de architectuurdienst, Gemeentearchief van Elsene]

Ixelles fait donc le choix d’agrandir son siège historique, contrairement aux communes de Schaerbeek et de Saint-Gilles, qui préfèrent se doter de nouveaux bâtiments majestueux. Dès 1910, Ixelles envisagera toutefois d’affirmer la vocation de sa maison communale en lui adjoignant un campanile équipé d’un carillon ; le projet n’aboutira pas. Au sortir de la Deuxième Guerre mondiale, l’idée d’un nouveau bâtiment pour l’administration se fait à nouveau jour. Certains projets présentés alors intègrent le Pavillon Malibran, tandis que d’autres prévoient sa disparition pure et simple, lui préférant des bâtiments plus en phase avec les courants architecturaux de l’époque. On peut d’ailleurs constater certaines similitudes entre les différentes esquisses dessinées pour Ixelles et la silhouette de la maison communale de Woluwe-Saint-Pierre, construite en 1949.

In tegenstelling tot de gemeenten Schaarbeek en Sint-Gillis, die de voorkeur gaven aan nieuwe imposante gebouwen, besloot Elsene dus om haar historische zetel uit te breiden. Vanaf 1910 wilde Elsene echter de bestemming van haar gemeentehuis bevestigen door er een klokkentoren met klok aan toe te voegen; het project kwam er echter niet. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog was er opnieuw sprake van een nieuw administratiegebouw. Sommige voorgestelde projecten betrokken het Malibranpaviljoen, terwijl andere liever hadden dat het gewoonweg verdween, omdat ze de voorkeur gaven aan gebouwen in de trant van de architectuurstromen uit die tijd. Er kunnen trouwens een aantal gelijkenissen worden vastgesteld tussen de verschillende plannen die werden getekend voor Elsene en het silhouet van het gemeentehuis van Sint-Pieters-Woluwe dat in 1949 werd gebouwd.

[Esquisse dessinée dans le cadre du projet d’ajout d’un campanile muni d’un carillon, 1910, Archives des travaux publics, N121.1, Archives de la commune d’Ixelles | Plan dat werd getekend in het kader van het project inzake de toevoeging van een klokkentoren met klok, 1910, Archief van de openbare werken, N121.1, Gemeentearchief van Elsene]

 

[Esquisses dessinées dans le cadre du projet d’édification d’un nouvel hôtel communal, 1947-1948, Archives des travaux publics, N131.1, Archives de la commune d’Ixelles | Plannen die werden getekend in het kader van het project inzake de bouw van een nieuw gemeentehuis, 1947-1948, Archief van de openbare werken, N131.1, Gemeentearchief van Elsene]

Ce n’est finalement qu’une centaine d’années après les derniers gros travaux que les différents bâtiments composant « l’îlot communal » subiront une métamorphose profonde. Si le commissariat de police, l’ancien arsenal des pompiers et une partie des bâtiments de la rue du Viaduc ont déjà été rénovés, l’ancien château d’Ixelles devra pour sa part patienter jusqu’à la dernière phase du projet ; les études historiques en vue de sa restauration ont cependant d’ores et déjà commencé.

Uiteindelijk ondergaan de verschillende gebouwen, die het ‘îlot communal’ vormen, pas een honderdtal jaar na de laatste grote werken een heuse metamorfose. Terwijl het politiecommissariaat, het oude arsenaal van de brandweerlieden en een gedeelte van de gebouwen in de Viaductstraat al werden gerenoveerd, moest het oude kasteeltje van Elsene wachten tot de laatste fase van het project; de historische studies met het oog op de restauratie ervan waren nochtans al aangevat.

[Le Pavillon Malibran en 1853. On voit notamment l’ancien jardin d’hiver du couple de Bériot, ainsi que la statue de Léopold Ier inaugurée l’année précédente. Photographie du Pavillon Malibran, 1853, Collection iconographique, Archives de la commune d’Ixelles | Het Malibranpaviljoen in 1853. Hierop is de oude wintertuin van het echtpaar de Bériot te zien, alsook het standbeeld van Leopold I dat het jaar ervoor werd onthuld. Foto van het Malibranpaviljoen, 1853, Iconografische collectie, Gemeentearchief van Elsene]

 

[Le Pavillon Malibran vers 1890. On constate l’ajout d’un fronton supportant l’horloge publique, ainsi que l’apparition de l’escalier d’honneur vers la place communale. Photographie du Pavillon Malibran, vers 1890, Fonds Michel Hainaut, Archives de la commune d’Ixelles | Het Malibranpaviljoen rond 1890. Hierop is het toegevoegd fronton te zien dat de openbare klok ondersteunt, alsook de eretrap naar het gemeenteplein. Foto van het Malibranpaviljoen, rond 1890, Michel Hainautfonds, Archief van de gemeente Elsene]

 

[Le Pavillon Malibran vers 1900. La salle du Conseil vient alors d’être agrandie par la fermeture de la colonnade extérieure de la rotonde. Photographie du Pavillon Malibran, vers 1900, Fonds Michel Hainaut, Archives de la commune d’Ixelles | Het Malibranpaviljoen rond 1900. De gemeentezaal werd pas uitgebreid doordat de buitenste zuilenrij van het rond gebouw werd gesloten. Foto van het Malibranpaviljoen, rond 1900, Michel Hainautfonds, Archief van de gemeente Elsene]

 

[Le Pavillon Malibran vers 1910. Les lourds travaux de 1909 ont doté la façade d’une nouvelle ornementation de style néo-renaissance italienne, ainsi que d’un nouveau fronton. Photographie du Pavillon Malibran, vers 1910, Fonds Michel Hainaut, Archives de la commune d’Ixelles | Het Malibranpaviljoen rond 1910. Bij de zware werkzaamheden van 1909 werd de gevel in neo-Italiaanse renaissancestijl geornamenteerd en werd er een nieuwe fronton gebouwd. Foto van het Malibranpaviljoen, rond 1910, Michel Hainautfonds, Archief van de gemeente Elsene]

 

[Le Pavillon Malibran en 2019. L’aspect extérieur du bâtiment n’a plus changé depuis plus de 110 ans. En arrière-plan, on aperçoit la grue qui sert actuellement aux travaux d’édification d’un nouveau bâtiment annexe destiné à l’accueil des citoyens. Le Pavillon Malibran sera quant à lui restauré dans les années à venir. Cliché: H.B. | Het Malibranpaviljoen in 2019. De buitenkant van het gebouw is al meer dan 110 jaar hetzelfde. Op de achtergrond valt de kraan op die vandaag de dag wordt gebruikt voor de bouw van een nieuw bijgebouw waarin burgers zullen worden onthaald. Het Malibranpaviljoen zelf zal de volgende jaren worden gerestaureerd. Foto: H.B.]

 

© Archives de la commune d’Ixelles | Gemeentearchief van Elsene

1 réflexion au sujet de “Maison communale d’Ixelles | Gemeentehuis van Elsene”

  1. Très intéressant cet article ! Je me suis souvent posée des questions sur l’histoire de ce bâtiment quand je passais Place Fernand Coq. Merci beaucoup d’avoir percé le mystère 🙂

Laisser un commentaire